Soms zijn de zee en ik alleen
En is zij net als iedereen
Als ik onder haar golven wil
Dan laat ze mij er niet doorheen
Dat is de zee
En eigenlijk zijn wij allemaal net zo
Dat we ver onder de spiegel willen gaan
Naar daar waar alle liefde zit
Maar we zijn te bang om ‘t toe te staan
Wie neemt me mee
Wie durft te beginnen
Wie laat mij zien hoe mooi een mens kan zijn van binnen
Wie leidt de weg
Wie durft te voelen
Ik draag het licht en jij hebt ‘t zicht
Kom met me mee en hou van de zee
Heeyah
Oh hee
Hee yeah
Heehee yeah
Nananana
Nananana
Huuhu
Kom met me mee
Ahahaahaa
Ahahaahaa
Ahahaahaahahaahahaa
Ahahaa
Ah yeah
Na 38.000 jaar vis eten Pinguïn eet nu krill, door robbenjacht
Door de robbenjacht en de walvisvaart eten Adélie-pinguïns (Pygoscelis adeliae) op de Zuidpool nu krill in plaats van vis. Dat concluderen wetenschappers na isotopenonderzoek van fossiele eierschalen.
De Amerikaan Steven Emslie en zijn Canadese collega William Patterson publiceren het onderzoek deze week in het vakblad Proceedings of the National Academy of Sciences. Ze vergeleken de verhouding van stikstof- en koolstofisotopen in ruim 200 eierschalen met de isotoopverhoudingen in vis en krill. Zo konden ze achterhalen wat er in het broedseizoen op het menu van de pinguïns stond.
Eigenlijk waren Emslie en Patterson op zoek naar veranderingen in het pinguïndieet als gevolg van klimaatverandering. Vanaf 38.000 jaar geleden tot ongeveer 200 jaar terug blijkt het menu van de Adélie-pinguïns echter constant: voornamelijk vis. Aan het einde van de achttiende eeuw schakelden de pinguïns plots over op krill (een garnaalachtig diertje: Euphausia superba). Dat was geen kwestie van klimaat, maar van menselijke jacht op zeezoogdieren, zeggen Emslie en Patterson.
Tussen 1793 en 1807 doodden pelsjagers in het Zuidpoolgebied naar schatting 3,2 miljoen pelsrobben (voornamelijk Arctocephalus gazella en Arctocephalus tropicalis). Deze robben zijn belangrijke krilleters. Vervolgens kwam daar de jacht op baleinwalvissen overheen, ook al krill-eters. De walvisvaart in het Zuidpoolgebied begon in de achttiende eeuw en duurde voort tot het midden van de twintigste eeuw. De lokale populaties baleinwalvissen slonken daardoor met meer dan negentig procent.
Onduidelijk is nog of de pinguïns uit noodzaak overstapten op krill of dat zij een voorkeur hebben voor dit voedsel. Krill is eiwitrijk en door het wegvallen van de krilleters kwam deze voedselbron plotseling in grote hoeveelheden beschikbaar. Aan de andere kant kan het ook een gedwongen keuze zijn geweest omdat, alweer door de mens, grote hoeveelheden vis zijn weggevangen. Misschien bleef er simpelweg te weinig over voor de pinguïn, die daarom uitzag naar een alternatief.
Koolstofdatering bepaalt het tijdstip van de omslag ruwweg op 200 jaar geleden. Eierschalen uit de nog altijd bewaarde hut van de Britse Zuidpoolonderzoeker Robert Scott, met zekerheid te dateren tussen 1911 en 1917, hebben allemaal al het krillprofiel.
De Adélie-pinguïn dreigt overigens opnieuw zijn favoriete voedsel kwijt te raken. Er zijn plannen om grootschalig krill te vangen ten behoeve van viskwekerijen.